De fundamenten waarover ik het hier wil hebben zijn totaal andere fundamenten. Het woord fundament refereert naar de basis van iets, de grondbeginselen. Op deze pagina zou ik het graag hebben over enkele basisbegrippen die noodzakelijk zijn voor inter-religieus debat. Ik zal mijn interpretatie en visie geven van enkele courante misvattingen. Het betreft begrippen die vaak intuïtief verkeerd begrepen worden, maar waarvan mijn interpretatie cruciaal is om mijn paradigma te begrijpen. Deze pagina zal waarschijnlijk incoherent lijken, van het ene onderwerp naar het andere springend. Maar ik zal op andere pagina's de begrippen die ik hier uiteenzet gebruiken. Hopelijk wordt het nut van deze pagina duidelijk op het eind van de rit.
Eerst en vooral, oneindigheid is geen hoeveelheid of nummer, maar een concept. Men gebruikt in de wiskunde soms wel "oneindig" als een hoeveelheid of getal, en dat geeft bepaalde mogelijkheden bij berekeningen. Maar dat is een axiomatisch trucje. Dat toont ons niet dat oneindigheid een effectief getal is. Een hoeveelheid heeft per definitie altijd een grens, een limiet. Oneindigheid heeft zo'n grens per definitie juist niet. We hebben in dit universum nog nooit iets waargenomen dat oneindig is. Niets. Er is geen enkele grond om aan te nemen dat er oneindige zaken bestaan. Sommigen beweren dat de ruimte oneindig is, maar de wetenschap is het hiermee niet eens. Volgens de wetenschap heeft de ruimte een grens, maar die grens breidt constant uit zelfs sneller dan de snelheid van het licht. Desalniettemin, op elk gegeven moment heeft de ruimte een welbepaalde grootte, en een grens. De ruimte is dus nooit oneindig.
Wat dan met oneindig klein? En dit is waar oneindigheid het meest toegepast wordt in de wiskunde. Het al-da-niet bestaan van iets dat oneindig klein is, is afhankelijk van de veronderstelling dat we "iet" (materie, energie) oneindig lang kunnen opsplitsen. Maar ervaring toont echter dat zaken vaak hun eigenschappen verliezen naarmate dat ze opgesplitst worden. Bijvoorbeeld, als ik een A1 blad in twee snij, en ik gebruik een helft om een vlieger te plooien, en de andere snij ik nogmaals in twee. Dan heb ik een A2-formaat vlieger, en twee A3 bladen over. Hiermee kan ik een A3-vlieger plooien, en het tweede A3 blad snij ik nogmaals in twee. Ik krijg dan twee A4 bladen. Naarmate dat ik dit blijf voortdoen, zal ik op een bepaald moment blaadjes hebben die te klein zijn om nog een vlieger van te plooien. Papier verliest dus de eigenschap "plooibaar tot een vlieger" naarmate het in kleinere stukken gesneden wordt. De wereld van het hele kleine is niet hetzelfde als de wereld die wij zien. Een amoebe bijvoorbeeld, merkt nauwelijks iets van de zwaartekracht, maar de oppervlaktespanning aan de andere kant, vormt een belangrijk deel van zijn bestaan.

Dit brengt me bij een ander eigenschap van materie die niet intrinsiek is aan zijn kleinste deeltjes. Water heeft oppervlakte spanning, dit wordt gecreëerd door waterstofbruggen tussen verschillende moleculen. Dit komt omdat de moleculen polair zijn. Het O-atoom trekt harder aan de gemeenschappelijke elektronen van de covalente binding dan het H-atoom. Daardoor is het O-atoom delta (-) geladen (men spreekt in delta omdat deze lading slechts een fractie van een lading-eenheid is) en het H-atoom licht positief delta (+) geladen. De positieve pool van de ene molecule trekt de negatieve pool van de andere aan. Dit wil dus zeggen dat een enkele H2O molecule dus helemaal geen oppervlaktespanning ondervind. Als je de molecule dan opsplitst, verdwijnen zelfs de delta ladingen. Op een gelijkaardige wijze, kan men veronderstellen dat naarmate je moleculen, atomen, sub-atomaire deeltjes, quarks, of strings of wat dan ook opdeelt, dat op een bepaald moment de eigenschap "deelbaar in twee delen" wegvalt. Let wel, dit is speculatie, welke visie juist is weten we simpelweg niet.
Het woord toeval wordt in twee verschillende contexten gebruikt: Een paar voorbeeldjes. Als je een dobbelsteen werpt, zal zijn positie bepaald zijn door de samenwerking van een aantal factoren zoals: de positie waarin je hem vastneemt, de kracht van je worp, de gladheid van het oppervlak waarop je werpt, enzovoort. Deze zaken zijn te complex en kleinschalig voor ons om rekening mee te houden. We kunnen er dus wegens praktische redenen geen voorspellingen door maken, toch is zo'n dobbelsteen worp volledig causaal. Het volgt de weten van actie en reactie en is theoretisch gezien wel voorspelbaar. Of die eerste soort toeval, a-causale toeval, werkelijk bestaat is debateerbaar. Je kan uiteraard nooit de afwezigheid van een oorzaak bewijzen. Als er geen oorzaken te vinden zijn, kan het nog steeds het geval zijn dat er een onderliggende oorzaak is die we niet begrijpen. Ook in de kwantummechanica is dit het geval. Vaak wordt verondersteld dat de onzekerheidsrelatie van Heisenberg impliceert dat bepaalde fenomenen in de kwantummechanica werkelijk toevallig zijn. Dit is echter niet zo. De onzekerheidsrelatie van Heisenberg stelt enkel dat wegens bepaalde intrinsieke eigenschappen van deeltjes, het praktisch onmogelijk is om tegelijk verschillende factoren te meten. Dit komt omdat onze meetapparatuur datgene dat we meten beïnvloedt.En aangezien dat we dus niet alle actoren kunnen meten, kunnen we ook geen voorspellingen doen. Toch blijft de vraag open of de reacties al dan niet causaal zijn. Ene velen zijn van mening dat elke vorm van chaos een orde is die we falen te begrijpen. | ![]() |
Vanuit deze visie op causaliteit, moeten we ook onze intuïtieve definitie van een mirakel bijschaven. Vaak denkt men dat wetenschappelijke theorieën de gebeurtenissen minder of zelfs helemaal niet miraculeus maken. Maar al deze wetenschappelijke theorieën verklaren helemaal niet waarom de zaken gebeuren. Dus deze fysische gebeurtenissen zijn even miraculeus als een niet fysisch of meta-fysisch fenomeen zou zijn. Het geeft ook een geheel nieuwe kijk op de plausibiliteit van metafysische gebeurtenissen. Enkel omdat iets beschreven is, wordt het niet plots minder wonderbaarlijk. Dus je kan dan ook stellen dat iets dat niet omschreven is in wetenschappelijek theorien niet minder plausibel kan gebeuren.
Er zijn vele zaken op te merken met betrekking rond bestaan. De filosofie omtrent het al dan niet bestaan gaat hand in hand met filosofie over "de tijd". Indien "eternalism" juist blijkt te zijn in tegenstelling tot "presentism", dan moeten we onze visie over wat bestaat en niet bestaat herzien. Aangezien ik een hele pagina daaromtrent heb, zal ik er hier niet verder over uitwijken. Meer daaromtrent hier.
Maar waarover ik het hier wou hebben, is het domein van bestaan. Domeinen is een term die je waarschijnlijk kent vanuit de wiskunde, maar die ook in the filosofie bestaat. Als je een concept zoals priem-getallen als voorbeeld neemt, dan kan je een domein definiëren dewelke alle getallen welke die eigenschap hebben omvat. Je kan zo'n domein omschreven door een opsomming, zoals: P={1,2,3,5,7,13,17,...}. Maar dat vormt wel een probleem voor oneindig grote domeinen. Als alternatief kan je een domein omschreven door de criteria om ertoe te behoren te omschrijven. Zoals: P={a: a∊ℕ; (∀ b: b∊ℕ) a/b=a ∨ a/b=1 ∨ (a/b)∉ℕ}. Of in het Nederlands:
Het domein van de priemgetallen (P) ={ Alle getallen genoemd "a", voor de welke geldt:
Deze domeinen kunnen we dus ook gebruiken om in plaats van getallen, concepten te beschrijven. Bijvoorbeeld het domein S, dat wetenschappelijke wetten bevat:
S={f=ma, P=UI, E=mc², ...}
S={l: l=[WET]; l is gebaseerd op empirische testen; l is falsifieerbaar; l voorspelt testbare resultaten}
Bestaan B={a: a is [ECHT]}
Empirisch bewezen bestaan B'={a: a is [ECHT]; a is empirisch testbaar}
Nog een belangrijk deel van de filosofie rond bestaan is de discussie omtrent de dualiteit van lichaam en geest. Zoals ik aantoon in de pagina omtrent Vierdimensionalisme ben ik ervan overtuigd op basis van filosofische argumenten interpretaties van de eigenschappen van de tijd, dat er een lichaam en geest dualiteit bestaat. Men kan van mening verschillen over de juiste invulling van dit bestaan, of zelfs hoe je zoiets noemt, maar de essentie is, dat volgens "eternalism" of vanuit een vier-dimensionale visie van ruimte-tijd en materie, het duidelijk is dat ons bewustzijn een entiteit is apart van de rest van ons lichaam. Dit opent de deur naar een volledig nieuwe visie of hoe onze psyche werkt. Hoe slaan we herinneringen op bijvoorbeeld? Wel, we weten dat we hiervoor een neuraal netwerk hebben, en we weten waar in onze hersenen zich dat bevind, maar hoe slaan we die informatie daar op? Hoe vragen we die informatie dan later weer op? Worden onze dromen door een gelijkaardig proces opgeslagen, en hoe kunnen we achteraf dan het verschil tussen beide zien?